Terug naar Foto technieken >>>

HOE MAAK JE EEN SCHERPE FOTO?

Scherpte in een foto is een van de belangrijkste aspecten die een groot deel van de kwaliteit bepalen. Marcel van Balkom helpt je altijd een scherpe foto te maken. (Meer informatie over Marcel zie: www.marcelvanbalkom.nl).

NIET ALLEEN EEN KWESTIE VAN EEN VASTE HAND …

Het beoordelen of een foto scherp is of niet is niet altijd zo simpel. Scherpte is gedeeltelijk subjectief en sterk afhankelijk van de normen van diegene die de foto beoordeelt maar kan ook afhankelijk zijn van de omstandigheden, afdrukformaat, afstand tijdens het beoordelen enzovoort. Maar scherpte in een opname is een van de belangrijkste aspecten die een groot deel van de kwaliteit bepalen (tenzij met functionele onscherpte in de foto gebruikt). Het is dus erg belangrijk om scherpte en details in je foto te hebben daar waar deze nodig zijn.

OORZAKEN

Onscherpe opnames kunnen het resultaat zijn van een of meer van de volgende oorzaken:
– Onscherpte door camera beweging.
– Beweging van het onderwerp / Onscherpte door de spiegel.
– Onscherpte omwille van de lens kwaliteit.
– Geringe scherptediepte / Foutief AF punt.
– Slechte of geen kalibratie van camera / objectief.

ONSCHERPTE DOOR CAMERA BEWEGING

De meest simpele oplossing om camerabeweging te voorkomen is door het gebruik van een statief! Nu kennen we allemaal de tegenargumenten. Een statief moet je meezeulen, altijd een gedoe om in te stellen en weer af te breken, en een goed statief kost veel geld. Zeker als je een licht maar stevig statief zoekt, moet je flink in de buidel tasten. Aan de andere kant moet je ook bedenken dat een goedkoop en misschien minder stevig statief nog altijd beter is dan geen statief.

Een andere tip om bewegingsonscherpte te voorkomen is de volgende: een vuistregel om scherpe foto’s uit de hand te nemen is dat je sluitertijd minimaal gelijk moet zijn aan je brandpuntsafstand (lengte van de lens x crop factor). Dus een 200mm op een 1.6 cropcamera vraagt om een sluitertijd van minimaal 1/320 sec.
Bij kleinere diafragma’s met meer scherptediepte (en vaak ook een betere kwaliteit omwille van de diffractie) zal het vaak onmogelijk zijn om uit de hand te fotograferen, dit is dus het moment dat je moet overstappen op een statief. Zeker als je opnames gaat maken met lange sluitertijden is een statief een must. Om dan de optimale scherpte te krijgen kun je gebruik maken van een afstandsbediening of de spiegel opklappen zodat deze geen trillingen kan veroorzaken en gebruik maken van een ontspanner vertraging. Afhankelijk per type en merk lens bestaat de mogelijkheid dat opnames scherper zijn als de beeldstabilisatie is uitgeschakeld. Vaste brandpuntobjectieven (prime objectieven) geven nagenoeg altijd een betere kwaliteit dan een zoomobjectief. Maar denk ook aan bijvoorbeeld de wind, zware voertuigen of andere oorzaken die trillingen veroorzaken. Deze kunnen allemaal zorgen voor onscherpte.

ISO 640 – F8 – 1/500 SEC – 500 mm
Deze opname is gemaakt met de full-frame Canon 5D Mark III. Mode diafragma prioriteit, door het kiezen van het diafragma en iso waarde heb ik een sluitertijd gekregen die gelijk is aan het gebruikte brandpunt.

BEWEGING VAN HET ONDERWERP

Bewegende objecten fotograferen is topsport, het vergt zeer veel van het gebruikte materiaal en fotograaf. De snelheid, betrouwbaarheid en precisie van het autofocussysteem (AF) speelt een belangrijke rol. Daarnaast is een snelle en betrouwbare lens ook belangrijk. Maar zelfs als je fotografeert met topmateriaal is het erg moeilijk om scherpe opnames van bewegende objecten te maken. Zeker naarmate je de brandpuntsafstand verlengt, is het moeilijker om door de kleinere beeldhoek het object in beeld te houden. Voor het fotograferen van bewegende objecten gebruik je het beste de ai-servo of continue focus stand. Je trekt je objectief mee in de beweging van je object. De continue focus probeert het onderwerp scherp in beeld te houden. De kunst is om gelijkmatig met het object mee te bewegen. Het beste resultaat krijg je als je het middelste AF punt selecteert wat in bijna alle gevallen het meest sterke AF punt is. Zoals eerder aangegeven is dit erg moeilijk maar je kan er bijzondere dynamische opnames mee maken.

ISO 500 – F 4 – 1/1600 SEC – 500 mm
Voor deze opname is gebruik gemaakt van een snelle sluitertijd om het onderwerp te bevriezen. Door het middelste AF punt te selecteren in AI-servo stand (continue focus) en het meetrekken van de lens heb ik een dynamisch beeld gekregen met beweging in vleugels en achtergrond. De scherpte op de kop heb ik kunnen behouden.

ISO 1250 – F3,2 – 1/15 SEC – 35 mm
Een ander voorbeeld van een bewegend onderwerp. In deze opname heb ik bewust gekozen voor een langere sluitertijd om een maximale hoeveelheid dynamiek in de opname te krijgen. Door de lens snel mee te trekken krijg je de snelheid en dynamiek in de achtergrond. Door in te flitsen op het tweede gordijn heb ik het onder werp nog wat extra scherpte mee kunnen geven. Het belangrijkste in dit geval is de lens in dezelfde snelheid en richting mee te rekken als het onderwerp.

ONSCHERPTE OMWILLE VAN DE LENSKWALITEIT

De kwaliteit van foto’s wordt over het algemeen meer beïnvloed door de kwaliteit van de lens dan door de gebruikte camera. Een instapcamera met een lens van een zeer goede kwaliteit zal altijd resulteren in een hogere kwaliteit foto’s dan een professionele camera met lens van mindere optische makelij. Helaas hebben optisch zeer goede zoomobjectieven meestal één doorslaggevend negatief kenmerk: de prijs. Vooral bij zeer goede zoomlenzen reizen de prijzen de pan uit. Je kunt ook overwegen om een goede primelens aan te schaffen. Het enige nadeel is dat primelenzen minder flexibel zijn omdat je de zoomfunctie moet missen want primes hebben een vaste brandpuntsafstand. Een voordeel is dat het voor een fabrikant goedkoper is om een zeer goede prime te bouwen dan een zeer goede zoom, waardoor je als klant ook vaak goedkoper uit bent als je een primelens aanschaft. Als je eenmaal gewend bent aan het gebruik van een primelens zal je zien dat deze lenzen de voorkeur krijgen omwille van de hoge kwalitatieve beelden die ze genereren.

Je kunt je lenzen testen om te zien op welke brandpuntafstand en diafragmaopening ze het best presteren. Een lens presteert minder goed op de langste en de kortste brandpuntafstand. Door een serie opnames te maken met verschillende instellingen kan je uitzoeken welke focale lengte de beste resultaten geeft. Daarnaast heeft elke lens ook op het vlak van diafragmaopening een zogenaamde sweet spot: het diafragma dat voor die lens de beste scherpte geeft.

TIP Bij diafragma F8 of F11 presteren bijna alle (spiegelreflex)lenzen zeer goed. De scherpste foto’s krijg je dus door je objectief te gebruiken op de beste focale afstand in combinatie met de meest performante diafragmaopening.

GERINGE SCHERPTEDIEPTE

Er zijn een aantal instellingen of eigenschappen die de scherptediepte bepalen. De grootte van de sensor heeft invloed, hoe groter de sensor hoe kleiner de scherptediepte. De sensorgrootte (cropfacor) is niet in te stellen, dat is een eigenschap van de camera. Verder heeft de gekozen diafragmaopening, gebruikte focale lengte en afstand tot het onderwerp invloed op de scherptediepte.

Een geringe scherptediepte vormt een probleem als je onderwerp niet geheel scherp is terwijl dit wel de bedoeling was. De juiste balans tussen een onscherpe achtergrond en de scherpte van je object is van essentieel belang. Het spreekt voor zich dat je door het wijzigen van de diafragmaopening ook de scherptediepte kunt beïnvloeden. Maar net zo belangrijk is het gekozen autofocuspunt. Voor het gemak gaan we er vanuit dat we 50% scherpte voor en 50% scherpte na het scherpstelpunt hebben. Door je scherpstelpunt goed in te stellen en te selecteren kan je optimaal gebruik maken van je scherptediepte. Een voorbeeld: indien je een vogel fotografeert is het uitgangspunt om de scherpte op de kop of meer specifiek op het oog te leggen. In dit geval selecteer je het AF-punt dat overeenkomt met het oog. Het resultaat zal zijn dat het kopje van de vogel scherp is terwijl er ook genoeg scherpte in de borst en staart van de vogel zit. Indien je ditzelfde doet met een bijvoorbeeld middelste AF-punt op de borst van de vogel zal je zien dat het borstje scherp is maar dat de scherpt op de kop al vaak onvoldoende is om en dat de details in het achterlijf en staart al niet meer toereikend zijn.

TIP Een probleem dat ik vaak in de praktijk zie is dat men een verkeerde workflow hanteert voor het maken van een foto. Vaak gebruikt men het middelste AF-punt, stelt scherp en vervolgens draait men de camera om de gewenste compositie te krijgen en drukt men af. In die geval heb je altijd een onscherpte foto omdat de hoek en dus ook de afstand ten opzichte van je object is veranderd. De goede manier: Je bepaalt eerst hoe je het object in het vierkantje wilt zetten. Vervolgens selecteer je het AF-punt dat overeenkomt met het onderwerp in je compositie, stelt scherp en druk je af.

ISO 200 – F4 – 1/1600 SEC – 500 mm
Voor deze opname heb ik gebruik gemaakt van de maximale opening van de lens. De kwaliteit van de gebruikte lens is zo goed dat ook bij maximale opening de opname mooi scherp is. Deze diafragmakeuze resulteert ook in een mooi rustige achtergrond waarbij het onderwerp geheel in het scherptegebied valt.

Terug naar Foto technieken >>>